Rijnmond Shockproof maken
En eigenlijk heel Nederland

Jan Bonjer (website Hollandse Delta)
Jan Bonjer, dijkgraaf van waterschap Hollandse Delta slaat alarm. Nederland moet watershockproof worden, te beginnen met de Rijnmond. Shockproof vanwege klimaatextremen, shockproof als de stroom uitvalt, als spionage in het spel is, misschien zelfs sabotage. Hoe gaan we dat doen? We haalden onze plannen uit het rapport Te land–Ter zee erbij.
In een opiniestuk op de website van waterschap Hollandse Delta benoemt Bonjer de grote knelpunten in ons watersysteem. Met stip bovenaan staat de Rijnmond, een gebied waar alles samenkomt: waterveiligheid, zoetwaterbeschikbaarheid, onze open economie en nationale veiligheid. In de Rijn-Maasmonding loost Nederland onder vrij verval zijn overtollige water, in perioden met veel regenval tot piekbuien aan toe. Hoe verhoudt zich dat tot een versnelde zeespiegelstijging, waarbij het KNMI rekening houdt met een stijging van 1,2 tot mogelijk 1,5 meter in 2100? Wanneer breekt het moment aan dat Nederland megapompen nodig heeft om rivierwater te lozen, vraagt Bonjer zich retorisch af. En wat als de stroom uitvalt? Of er komt een vijandige aanval?
Er is nog een probleem in de Rijnmond: verzilting! De open verbinding van de Nieuwe Waterweg met de zee, de zouttong die steeds vaker tot (voor)bij Gouda aan het heldere water uit de Alpen likt, zoals Bonjer het zo mooi beschrijft. Riviermondingen afsluiten, is dat wel genoeg?
Bonjer kan een antwoord vinden in ons rapport Te land-Ter zee, een initiatief van de Tweede Kustlijn en de plannenmakers van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging.
Wat zegt Te land-Ter zee?
Het verstedelijkt gebied van Rijnmond, tezamen met het Grevelingenmeer en de Voordelta, zijn het eerst aan de beurt, zegt ook het rapport. Met zoetwatervoorziening op nr. 1, boven zeespiegelstijging. Tijdens droge periodes wordt nu al de helft van het bij Lobith aangevoerde Rijnwater via de Nieuwe Waterweg gespuid. In de toekomst wordt dat alleen maar meer, terwijl de binnenlandse watervraag stijgt.
Waar, ingegeven door zeespiegelstijging, regelmatig gesproken wordt over vervanging van de Maeslantkering omstreeks 2070, bevelen het rapport en Jan Bonjer een snellere oplossing aan. Al veel eerder moet de Maeslantkering worden vervangen door een sluizencomplex voor scheepvaart en uitwatering met zoutafvang. Daarmee houden we zoetwater vast en dat is, zoals ook Bonjer zegt, erg belangrijk voor mens, natuur en industrie. Bovendien zijn we hierdoor bestand tegen de opdringende zeespiegelstijging. Overigens houdt Te land-Ter zee de Maasvlaktes en Europoort zo lang mogelijk in open verbinding met zee.
Te land-Ter zee
Recentelijk heeft De Tweede Kustlijn het initiatief genomen om in samenwerking met een aantal plannenmakers van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging een routekaart uit te stippelen naar grote systeemingrepen in onze hoofdwaterstructuur. Dit heeft zijn beslag gekregen in het rapport Te land – Ter zee. Het rapport is aangeboden aan deltacommissaris Co Verdaas, de regio van het DP en uiteraard ook aan Jan Bonjer. De plannenmakers komen tot de conclusie dat een fundamentele keuze voor het hoofdwatersysteem (zeewaarts of landinwaarts) nu nog niet genomen hoeft te worden. Wel zijn zij van mening dat in de komende herijkingsperiode (2027 -2033) een aanvang genomen moet worden met het nadenken over en het nemen van no regret-maatregelen, als opstap naar een latere beslissing over het hoofdwatersysteem.
Pompen en buffers
Urgent is volgens Bonjer de bescherming van waterwerken tegen (langdurige) stroomuitval.
Te land-Ter Zee heeft dit ook in het vizier en het antwoord hierop luidt: een tweede, nieuwe
kustlijn in zee. Het gaat om het creëren van een nieuwe, zandige kustlijn of zeedijk, 10 tot 25
kilometer uit de huidige kust, van Zeeland tot Den Helder. Deze tweede kustlijn voorziet in
de behoefte aan versterking van de kust en in de behoefte aan zoet water. Tussen de huidige
en de nieuwe kust ontstaan bufferbekkens, die fungeren als een groot zoetwaterreservoir. Als
de pompen uitvallen, kan er water worden geborgen in deze buffers. Rivieren kunnen hier dus
hun water geruime tijd blijven spuien. Deze vorm van passieve veiligheid beschermt ons
tegen stroomuitval door storing, extreme weersomstandigheden of door cybercriminaliteit.
Groene energie
De plannen in Te land-Ter Zee benadrukken de noodzaak van betrouwbare energie in een
klimaatbestendige toekomst. Ze sluiten aan bij de noodzaak om tot 2040 en daarna fors uit te
breiden in windenergie op zee (30 tot 40 GW).
En er zijn meer manieren waarop de nieuwe kustlijn op duurzame wijze kan bijdragen aan de
nationale energiebehoefte. Door opwekking van zonne-energie bijvoorbeeld op de dijk of op
het achterliggende zandlichaam, evenals via drijvende zonnepanelen in de nieuw gevormde
bekkens. Er kan een voorziening worden gebouwd voor de opwekking, opslag en transport
van groene waterstof, geproduceerd met energie uit wind en zon op zee. Op de harde en
zachte zeewering van nieuwe landaanwinningen, vergelijkbaar met de Tweede Maasvlakte,
kunnen windparken worden geplaatst. En in de waterbekkens achter de tweede kustlijn kan
gebruik worden gemaakt van het verschil in waterstanden voor energieopslag.
Net als Bonjer maken we ons grote zorgen over het trage tempo waarin het deltaprogramma
tot nog toe haar werk doet. Versnelling is hard nodig, knopen moeten worden doorgehakt.
Klimaatverandering wacht niet op ons.
