Behoud zoetwater
ZLTO omarmt Tweede Kustlijn
Onbestaanbaar dat we zoet water naar zee laten spoelen, dat is het oordeel van de Land en Tuinbouworganisatie (LTO). LTO-Zuid (ZLTO) sluit hierop aan en pleit voor een zeewaartse strategie met de aanleg van een Tweede Kustlijn met kustmeren.
Langere perioden van droogte en lage rivierafvoeren komen steeds vaker voor en duren ook langer. Tegelijkertijd verdiepen Rijn- en Maastakken zich door uitslijting, waardoor ze bij lage afvoer steeds meer als drainagekanalen gaan functioneren. De gevolgen: grondwater stroomt versneld weg uit het achterland, verdroging van Oost- en Zuid-Nederland wordt structureel aangejaagd. Daar komt bij dat de zoutindringing vanuit zee toeneemt door lage rivierafvoeren in combinatie met zeespiegelstijging. Bovendien laten we kostbaar zoetwater nog altijd op grote schaal ongebruikt naar zee spoelen. Verzilting vindt vooral plaats in de kustprovincies. Dit is in een notendop waar het over gaat, als we het hebben over de oorzaken van verzilting in Nederland.

De korte termijn
Het probleem heeft de aandacht van LTO, een branche die direct te maken heeft met de ernstige gevolgen van verzilting: schade aan gewassen, bodemerosie, beperkt water voor irrigatie, verminderde opbrengt. Wat hieraan te doen? ZLTO denkt voor de korte termijn (2026-2035) o.a. aan afsluiting van het zoetwaterlek via de Nieuwe Waterweg met een zeesluis in de Nieuwe Waterweg en zoutafvang. Dit is erg optimistisch. De voorbereiding alleen zal zeker tien jaar duren en de uitvoering ook nog eens tien jaar. Op het korte termijnprogramma staan verder actief peilbeheer bij lage rivierafvoeren, versnelde inzet van gezuiverd afvalwater als structurele, aanvullende zoetwaterbron voor landbouw, natuur en industrie, verzoeting van het Grevelingenmeer, in samenhang met het Volkerak-Zoommeer, tot een robuust regionale én nationale zoetwaterbuffer.
De lange termijn
Maar voor blijvende waterveiligheid en structurele zoetwaterzekerheid is een fundamenteel ander perspectief nodig (2035-2100), vindt ook ZLTO. De aanleg van een Tweede Kustlijn, circa 15–25 km uit de kust (zie fig. 2b en 2c), met daartussen gelegen kustmeren voldoet hieraan. Ze biedt een meervoudige en toekomstbestendige oplossing voor zeespiegelstijging, verzilting en zoetwaterschaarste.
De Tweede Kustlijn creëert een strategische nationale zoetwaterbuffer van circa 3.000 km², een aanzienlijke uitbreiding van de zoetwatervoorraad. Zoutindringing in rivieren wordt structureel beperkt door de aanleg van zeesluizen. De noodzaak voor ingrijpende maatregelen op het land, zoals grootschalige rivierverruiming en dijkverhoging vermindert, doordat het rivierpeil niet meestijgt met de zeespiegel. Bovendien behouden we strandrecreatie en ontstaat bij calamiteiten extra tijd en herstelruimte: passieve veiligheid. Dit houdt in dat bij pompuitval door calamiteiten in de energievoorziening of ICT de kustmeren gedurende meerdere dagen het overtollige rivierwater opvangen.
Hoogstaande technische innovatie wordt gecombineerd met natuurlijke processen, zoals aanslibbing van gebieden voor de kust. Deze meegroeidynamiek zorgt voor een flexibel hoofdwatersysteem, met ruimte voor natuur, economie, energie, defensie en recreatie.
De Tweede Kustlijn creëert een nationale zoetwaterbuffer van circa 3.000 km²

Gefaseerd adaptiepad Zeewaarts met eindbeeld De Tweede Kustlijn
